De achtergronden van het schapenras "Suffolk".

 

 

Het Suffolk-ras is ontstaan in het Zuid-Oosten van Engeland door het kruisen van Norfolk Horn ooien met Southdown rammen.

De naam Suffolk werd voor het eerst gebruikt in 1859, naar het Graafschap Suffolk. De Engelse stamboek vereniging, de Suffolk Sheep Society is gesticht in 1886.

Het ras is in Engeland van grote economische betekenis als leverancier van slachtlamvaderdieren.

Meer dan de helft van de slachtlammeren hebben een Suffolk-ram als vaderdier.

De verkoop van rammen voor de kruislingen fokkerij is voor bijna 2500 Engelse Suffolk fokkers een belangrijke bron van inkomsten.

De Suffolk ram vererft op de kruisling lammeren als belangrijkste eigenschap een hoge groeisnelheid, waardoor de lammeren na 10 tot 14 weken reeds een levend gewicht van meer dan 40 kg halen, dus snel slachtrijp zijn.

De belangrijkste factoren voor de groeisnelheid zijn de lengte en de borstomvang van het Suffolk schaap, gecombineerd met een goed aangesloten en ruim bespierd lichaam.

Volwassen Suffolk rammen halen een levend gewicht van 140 kg en ooien circa 95 kg.

Bij de fokkerij wordt in Engeland grote aandacht gegeven aan de selectie van fokdieren. Zo wordt op het levend dier de vlees/vet verhouding in de rugspieren gemeten met moderne scan apparatuur.

 

                                         

                                Southdown                                               Norfolk Horn

 

                                         

                                                                             Suffolk

 

                   

                                Raskenmerken "Model-Suffolk"

                                Algemeen:  Een lang en groot schaap, vleestype.

                

                  De raseigenschappen

    Deel

      Gevraagde eigenschappen

% aandeel

Hoofd

Het Suffolk hoofd is hoornloos.                                 Lang, met bij ooien een redelijk fijne snuit en neusbeen. Bij rammen mannelijk voorkomen, kop met breed neusbeen en gebogen profiel. Bij ooien kopprofiel licht gebogen of recht, maar niet hol.   Glanzend zwarte beharing, fijne structuur, zijdeachtig. Ogen helder en vol met sprekende uitdrukking ( er bestaat geen bezwaar tegen een plukje zuivere witte wol op het voorhoofd). Lange oren, worden op ooghoogte gedragen.

15

Hals

Goed geplaatst op brede schouders, middelmatige lengte. Bij rammen sterk.

5

Schouder

Breed met schuinliggend schouderblad.

5

Borst

Diep en ruim.

5

Rug, lendenen en achterhand

Lang, recht en goed bedekt met vlees en spieren. Staart breed en tamelijk hoog ingeplant. Lange en breed gewelfde ribben. Brede lendenen en volle flank.

25

Beenwerk

Recht en zwart met platte beenderen, droog en sterk bewold tot knie en hak, daaronder behaard. Voorpoten breed geplaatst. Dijen goed bevuld en bevleesd. Goed gangwerk, sterke koten, een goede hoeking in de achterpoten met een duidelijke hak.

25

Buik

Goed met wol bedekt.

5

Wol

Dichte fijne vacht, room kleurig zonder haar of vlekken. Niet verviltend. Scherpe afscheiding tussen wol en haar bij kop en poten.

10

Huid

Fijn, zacht en roze van kleur.

5

Totaal

.

100

 

De Suffolk lammeren, welke vooral in januari worden geboren, zijn goed beschermd tegen winterse omstandigheden. Op de volgende uit Engeland afkomstige foto ziet u een in 1978 nog tradionele openlucht aflamruimte in het stro.